Op 3 januari vertrokken we vanuit ons hotel in Hiratsuka naar Atami. We wilden eigenlijk naar Hakone, een van de meren rondom Mount Fuji, wat een van de beroemdste onsen plaatsen van Japan is. Het kan alleen nogal een gedoe zijn om naar Hakone te komen, aangezien de trein niet helemaal tot aan het meer loopt. Je moet dus een stukje met de trein, een flink stuk met een bus, en als je echt tot aan het meer weer komen, een stuk met een kabelbaan. We hadden weer de trein genomen naar Odawara, omdat je vanaf daar 'makkelijk' kan overstappen naar Hakone. Maar toen we eenmaal hadden gehoord wat een gedoe het nog zou worden, besloten we toch iets anders te doen, vooral omdat we die dag ook nog terug moesten naar Saitama.
We gingen nog iets verder met de trein en na een kwartiertje stapten we uit in Atami. Dit stadje ligt net als Odawara aan zee, maar ligt net in de prefectuur Shizuoka, op het Izu schiereiland. Het staat vooral bekend als een onsen stadje (net als Hakone dus), maar verder lieten we ons maar verrassen. Zodra we het station uitstapten zagen we iets wat ik heel graag wou doen in Japan, maar nooit tegenkwam: een openbaar en outdoor voeten onsen. Op het plein van het station stond gewoon een groot voetenbad waar direct het hete water uit een bron in stroomde. Je kon op de rand gaan zitten, je schoenen uittrekken en lekker pootjebaden. Het was heerlijk, want ook al was het prima weer voor 3 januari, een heet bad is dan altijd welkom.
We hadden begrepen dat er vooral 4 dingen te doen waren in Atami: een traditionele overdekte winkelstraat, een belangrijke tempel, een kasteel en een mooie straat met allemaal bruggetjes. De oude winkelpassage was meteen naast het station, dus daar begonnen we mee. In deze passage zaten ook al een aantal onsen tussen de vele winkeltjes gepropt. Verder verkochten de winkeltjes veel traditionele rijstcrackers, snoep, badzout en allerlei souvenir spulletjes.
We besloten met de bus naar het kasteel te gaan omdat het te ver was om te lopen en we toch nog bij het station waren. We reden met de bus langs het strand naar een kabelbaan. Het was een kort stukje met de kabelbaan omhoog en na een paar trappen stonden we meteen bij het kasteel. Helaas was dit het meest teleurstellende Japanse kasteel wat ik ooit heb gezien. Hij was heel klein, stond tegenover het 'adult museum' en op het grasveldje ernaast werd een show gegeven door een aapje die trucjes deed. Daarna bleek dat je er Japanse kostuums kan passen, er een trick art museum en een erotische houtsnede prints museum in zit en een game center in de kelder. Toen we dus al hadden besloten dat we er echt niet naar binnen hoefden, werd de teleurstelling alleen maar groter toen Sander ging Googlen. Blijkbaar was het kasteel gebouwd in 1959 als een toeristen attractie. Atami heeft nooit een kasteel gehad. Wow. We wisten even niet goed wat we daar deden. Maar het uitzicht bij het kasteel en bovenaan de kabelbaan was prachtig.
We besloten terug naar beneden te lopen, zodat we via de mooie straat richting de tempel konden lopen. Het was een flink stuk lopen, maar we hadden geweldig uitzicht. We liepen langs het strand en zagen overal grote hoge gebouwen die waarschijnlijk super glamourous waren in de jaren '80, maar nu hun beste tijd wel hadden gehad. Dat bleek dus ook precies zo te zijn! Na weer wat gegoogle, kwamen we erachter dat er in de jaren '80 heel veel onsen resorts en luxe hotels zijn gebouwd langs de kust van Atami. De stad was toen erg populair voor bedrijfsuitjes, maar toen de economie in de jaren '90 instortte, veranderde de vele resorts een beetje in een spookstad. We liepen door een lange straat die vanaf de strandboulevard tot in de heuvels liep. De straat liep langs een riviertje en er waren vele mooie bruggetjes. Deze straat staat bekend als een echte hotspot tijdens sakura seizoen. Blijkbaar zijn alle bomen die er staan sakura, waardoor het er in de lente prachtig uitziet. Maar ja, nu dus nog niet, maar het was een leuke wandelroute. Na opeens een hele steile klim tussen allerlei oude kleine huisjes, kwamen we bij de tempel aan.
De Kinomiya tempel had een redelijk groot tempelgebied, maar voelde toch heel knus, doordat er veel bomen stonden en er een soort hele aparte looproute was. Bij veel tempels heb je een tempel, een aantal bijgebouwen en daar in het midden gewoon een soort open plein. Hierbij liep je meer door een klein bos, met daarin een bamboebos, een grote tempel en allerlei kleine altaartjes. Achter de tempel stond een meer dan 2000 jaar oude boom met een omtrek van 24 meter. Deze heilige boom is wat deze tempel zo speciaal maakt. Men zegt dat als je een rondje rond de boom loopt, je een jaar langer zal leven. Al met al was het een hele unieke tempel. We liepen naar het station om aan onze 2,5 uur durende reis terug naar huis te beginnen.
Eenmaal weer terug in Kita Toda gingen we eten bij een restaurant in de Aeon Mall. Hier krijg je voor zo'n 9 euro een gigantische mand vol met kleine gerechtjes. We gingen ook nog even langs de supermarkt daar waar we een aantal mensen met geweld iets in zakjes zagen proppen. Blijkbaar kon je dus voor 500 yen (4 euro) een plastic zakje vullen met schattige schoonmaakdoekjes. We besloten om ook een poging te wagen en keken net als de rest af en toe bij elkaar af wat de beste tactiek was. We probeerden de doekjes te rollen, te vouwen, echt van alles. Uiteindelijk rekten eerst het zakje een beetje uit, vouwden de doekjes zo plat mogelijk op en stapelden, duwden en propten toen met z'n tweeën dat zakje vol. Het was gewoon grappig om te zien dat zoveel andere mensen er net zo erg hun best op deden als wij, dus waarschijnlijk werden wij daar ook een beetje competitief van. Uiteindelijk hadden we 17 doekjes! Mission accomplished!
Jammer van dat nep-kasteel, gelukkig wel een mooi uitzicht en daarna wel weer een mooie tempel. Ik heb nu ook gezien waar mijn schoonmaakdoekjes vandaan zijn gekomen. Leuke foto's weer bij een leuk verslag. Groetjes Ellien
BeantwoordenVerwijderenDankje! Ja, die schoonmaakdoekjes waren echt een ervaring op zich haha!
Verwijderen