
Vrijdag 3 mei was alweer onze laatste dag bij Mount Fuji en we begonnen de dag goed met een theefestival, vroeg op de ochtend. Ik had op internet de Obuchi Sasaba theeplantage gevonden die beroemd was voor zijn grote velden en perfecte uitzicht op Mount Fuji. Deze locatie wordt dan ook al jaren gebruikt in reclames voor groene thee en reizen naar Japan. Extra leuk was dat die dag hun jaarlijkse theefestival was, dus daarom hadden we deze ochtend vrij gehouden om daar een kijkje te nemen. Het was weer prachtig weer en het begon alweer typisch Japans toen we moesten parkeren. Ze hadden namelijk het hele dorp opgetrommeld om te helpen bij dit evenement, want op elke hoek stond zo’n 7 á 8 man om elke auto de weg te wijzen. En nee, daar heb je niet zoveel mensen voor nodig. Sterker nog, daar heb je niemand voor nodig, want na het 4 groepje, moesten we gewoon nog steeds rechtdoor. Daarna zagen we dat mensen hun auto in de berm hadden geparkeerd langs een brede weg, dus dat deden wij ook. Toen knikte een van de vele oude mannetjes met matching hesjes en ‘security’ petjes naar ons dat dat prima was en dat was het dan. Zo’n 40 mensen hadden dus gewoon thuis kunnen blijven, maar waarschijnlijk is iedereen al lang blij dat er eens per jaar eens wat gebeurd in dat dorp. En nou, wij waren echt de special guests van de dag, want we waren weer de enige buitenlanders!
Onderweg naar de ingang liepen we eerst door een stukje bos, waar we meerdere (!) mensen tegenkwamen die stokstaartjes als huisdieren hadden. Wat?! Nou die liepen daar gewoon leuk aan een tuigje. Eenmaal bij de ingang kregen we meteen allemaal gratis thee en eten aangeboden! Kijk, dat zijn leuke festivals. Ze hadden tempura van theebladeren en bamboe. Dat dopen ze dus in beslag en frituren het daarna. Dat was superlekker! Verder kon je daar rondlopen rond de theevelden en met Mount Fuji helder op de achtergrond, was het echt prachtig! Er was ook een fotowedstrijd. Daarom waren er vooral veel mensen met gigantische camera’s en waren er zelfs 2 groepjes modellen neergezet in de theevelden. We zagen later dat dit gewoon kinderen waren die ze bijpassende kleding hadden aangegeven, die moesten doen alsof ze theebladeren aan het plukken waren. Wat alleen een beetje sneu was, was dat een man steeds tegen ze stond te schreeuwen ‘Iets naar links!’ ‘Nog iets meer!’ ‘Ja! Nu naar rechts!’ ‘Nee niet jij!’. Vlak voor we gingen maakte Sander nog een foto van mij met het mooie uitzicht, ergens waar even niemand stond. Een oude man die wel in de buurt stond vroeg heel netjes of hij ook een foto mocht maken. Ik dacht echt ‘uhm, ja ongemakkelijk, maar ok, of zo’ dus ik knikte en zo’n 3 seconden later kwamen er nog een stuk of 8 aangerend. Ok. Dus... Tijd om te gaan.
We reden verder naar Izu. Izu is een schiereiland, een beetje tussen Tokyo (en Yokohama) en Mount Fuji in. Het scheen er erg mooi te zijn, dus dat wilden we graag zien. Het landschap was er in elk geval wel al heel anders. Izu heeft veel bergen en hele kleine dorpjes. Het hele eiland heeft 3 hoofdwegen, maar dat lijken geen hoofdwegen, omdat dat ook allemaal smalle weggetjes door de bergen zijn. Als eerst gingen we naar een gebied vol watervallen. De Kawazu Nanadaru (Zeven Watervallen van Kawazu). Dat zijn dus 7 watervallen die allemaal erg dicht bij elkaar liggen, dus je hoeft telkens maximaal 10 minuten te lopen. Dat is fijn! Maar toen ik een hagedis over de muur naast me zag kruipen, was ik wel weer klaar om weer naar de auto te gaan.
Daarna reden we door naar Cape Irozaki. Izu leek niet zo groot op de kaart, maar vanaf het midden van het schiereiland naar het meest Zuidelijke puntje rijden, duurde toch nog 2 uur. Maar ook dit was weer over smalle weggetjes door de bergen. Eenmaal bij Cape Irozaki aangekomen was het slechts 10 minuten omhoog lopen, waar we bij een vuurtorentje aankwamen. Vanaf daar kon je uitkijken over de kust van Izu en de zee, waar ook nog allerlei eilandjes en grote rotsen lagen. Vanaf daar konden we ook nog een stukje naar beneden lopen, waar een klein tempeltje zat verstopt. Dit tempeltje hing echt aan de rotswand en er liep nog een smal pad tussen de rotsen naar een hele grote heilige rots, met ook daarachter weer een klein altaartje. Het uitzicht was echt geweldig en het was een erg afgelegen plek.
Toen we weer terugliepen naar de auto, kwamen we erachter dat de weg naar Yokohama wel heel erg lang zou duren. Hoewel dit slechts 190 km is, zouden we hier eerst 2,5 uur over doen. Door wegwerkzaamheden en Golden Week drukte, zou dit 4 uur worden. Dit was een tolweg en zonder tolwegen zou dit 5 uur worden, wat we er wel voor over hadden, omdat tol hier vreselijk duur is. We hadden om 10 uur ‘s avonds met een paar mensen afgesproken in Yokohama, dus dat werd al krap. Het probleem is dat je overal maar heel langzaam mag rijden in Japan. In de bebouwde kom is het altijd 30 km/uur, daarbuiten 50 en op de snelweg 80 en heel soms 100. Daarnaast zijn de meeste Japanners niet heel goed in anticiperen en mist het grootste deel wat algemeen inzicht. Dat maak het dus allemaal ook niet echt sneller. Daarnaast was ook deze terugweg weer door de bergen, het was zelfs precies dezelfde weg langs de watervallen. Dus toen begonnen we aan onze 190 km reis van 5 uur.
Onderweg hebben we nog even wat gegeten. Toen heb ik mijn nieuwe favoriete comfort food ontdekt. Gyudon met 3 soorten kaas! Dat is dus een grote kom met rijst, daar bovenop dungesneden varkensvlees en dan dus heel veel kaas! Nou ik was dus helemaal klaar om naar Yokohama te gaan.
Want daar gingen we naar een auto meeting. Daar komen regelmatig allerlei bijzondere en zeldzame getunede auto’s bij elkaar en het is dan ook wereldberoemd. Het enige nadeel is dat het onmogelijk is om er te komen zonder auto. Daarom gingen we in Yokohama eerst nog 3 jongens ophalen uit mijn sharehouse, die er ook heel graag heen wilden. Het is op een groot parkeerterrein op een klein eilandje in de baai bij Yokohama. Het is dus vanaf het centrum maar 10 minuten rijden. Je moet een hele grote brug over, waarvoor we weer eens 10 euro tol moesten betalen en toen we bij de afslag kwamen, was de afslag afgezet en stond er een politiewagen. We konden er dus niet heen en achter ons stopte een auto die er ook heen wou. Ik ging aan diegene vragen of hij wist waarom het was afgesloten en hij zei dat dat is vanwege Golden Week. Er was dus uitgerekend die dag geen meeting, terwijl we juist hadden verwacht van wel. Maar aangezien dit een soort semi-illegaal iets is, zijn echte data en tijden nergens te vinden. Zwaar teleurgesteld gingen we maar terug naar huis, wat nog maar een uurtje rijden was.
Zaterdag was de laatste dag dat we de huurauto nog hadden en daar wilden we goed gebruik van maken. Ik wou in eerste instantie naar een wisteria festival, wat een van de mooiste van Japan is. Ik dacht dat het redelijk dichtbij was, maar dat was toch nog 2 uur rijden. Toen bleek dat de bloemen ook niet meer op hun mooist zouden zijn, dus gingen we op zoek naar iets anders. Toen vond ik online een onsen waar zowel mannen al vrouwen samen in mochten. Nou, daar was ik dus al een tijdje naar op zoek, maar ik vond nooit een leuke. En deze was er mooi en groot en lag lang een rivier in het bos. Het was dan alleen wel weer 2,5 uur rijden. Met tol. We proberen zoveel mogelijk tol te vermijden, ondat het gewoon echt duur is. Op dinsdag betaalden we naar Mount Fuji meer dan 40 euro tol. Voor 160 km. De tol naar die onsen zou rond de 50 euro kunnen worden en dat dan alleen voor de heenweg. We zouden dan dus inclusief toegang tot de onsen zo’n 140 euro kwijt zijn. Om dus ergens in een bad te gaan liggen. Dat ging ons iets te ver. Maar zonder tolwegen zouden we er 5 uur over doen. Toen besloten we maar iets anders te zoeken, maar alles wat hetzelfde verhaal. Uiteindelijk hadden we iets gevonden wat erg in de buurt was, hoewel het ondertussen wel 10e keus en al bijna lunchtijd was. We gingen in Chiba (de prefectuur hiernaast) naar het dorp Sakura, vlakbij Narita Airport. Hier staat een Nederlandse molen, met mooie bloemenvelden en het ligt aan een groot meer. Dat was ‘slechts’ 2 uur rijden. De 2e helft van deze route ging ook weer door allemaal kleine rotdorpjes. Toen we bij de molen aankwamen, zagen we dat alle bloemen helaas waren verdwenen. Blijkbaar waren alle tulpen die week ervoor uit de grond getrokken en over 2 weken zouden er zonnebloemen zijn. Tja, beetje jammer dus. Terwijl ik bij die molen stond dacht ik ook echt ‘wat doe ik hier eigenlijk?’. Beetje stom natuurlijk om 2 uur te rijden voor een molen, terwijl ik 27 jaar lang nog nooit 20 minuten heb gereden om Kinderdijk te bezoeken. De Japanner die daar werkte, met boerenkiel, sjaaltje, petje, klompen en al, liet zien hoe hij de molen in de wind zette. Hoe en waarom kon Sander mij dan weer heel goed uitleggen. Want ja, hij is meer ‘kaas’ dan ik, haha! In de molen hingen allerlei kaarten en informatie over alle molens in Nederland en op zolder was zelfs een hele fietsenexpositie (5 fietsen!). Tot slot hebben we de molenmanager nog een stroopwafel gegeven, dus onze taak zat er weer op.
Vervolgens gingen we nog naar samurai huizen, verderop in het dorp. Daar stonden dus 3 traditionele huizen, waar je in en omheen mocht rondlopen, waar vroeger samurai in woonden. Toen we weer in de auto zaten, zagen we dat de terugweg geen 2 uur zou duren, maar 3,5 uur. En we hadden maar 2,5 uur de tijd om de huurauto weer terug te brengen. Dus we zijn alsnog maar die tolweg op gegaan, met het plan dat we die route door de kleine dorpjes wilden vermijden maar verderop gewoon weer langs de snelweg wilden rijden, want dat is dus ook geen omweg. Nou uiteindelijk waren we maar 20 euro lichter (in 25 minuten) en waren we gewoon netjes op tijd. Daarna gingen we nog even naar de Aeon Mall bij mij in de buurt, om daar even lekker in een foodcourt okonomiyaki te eten.
Jullie hebben heel wat kilometers gemaakt om mooie dingen te bekijken en met wisselend en soms zelfs teleurstellend resultaat lees ik tussen de regels door. Wat absurd om een stokstaartje als huisdier te hebben, de dierenbescherming kan daar goed werk verrichten. Volgens mij is het niet erg druk op de Japanse snelwegen, logisch als je zoveel Tol moet betalen, jammer dat het reizen zo ontmoedigt wordt. Lang leve de Aeon Mall, altijd binnen handbereik om wat troost te bieden.
BeantwoordenVerwijderenXXXEllien
Ja, het is inderdaad heel jammer dat die tol zo duur is, de wegen zijn er alleen niet minder druk door volgens mij. Waarschijnlijk vinden ook genoeg mensen het het geld al waard als ze daardoor niet in de trein geduwd hoeven te worden, haha! De stokstaartjes waren erg schattig, maar wel raar inderdaad om die als huisdier te hebben. Over het algemeen zorgen Japanners heel goed voor huisdieren, dus dat is het probleem niet, maar die stokstaartjes zijn volgens mij ook niet helemaal legaal. En wat de molen betreft, dat was waarschijnlijk heel leuk geweest voor iedereen die niet uit Nederland komt, haha!
BeantwoordenVerwijderen